• info4049930

Bom onder uitzendbeding?

De advocaat-generaal heeft in zijn advies aan de Hoge raad aangegeven dat de uitzendovereenkomst met uitzendbeding niet langer met onmiddellijk ingang mag eindigen wegens het feit dat de werknemer ziek wordt.

Het feit dat de uitzend-cao stelt dat bij de ziekmelding van de uitzendkracht de terbeschikkingstelling per direct geacht wordt te zijn geëindigd, is in strijd met artikel 7:691 lid 2 BW. In dit lid wordt aangegeven dat de inlener een verzoek tot beëindiging dient te hebben gedaan aan de opdrachtgever. Kortom het automatisme van ontslag bij ziekte is voor de uitzendkracht van de baan.

Is dit uitstel van executie voor de uitzendkracht, omdat we gestandaardiseerde verzoeken van de inlenerszijde gaan zien. Dat valt nog te bezien.

De uitzendovereenkomst met een uitzendbeding dient te worden bezien als een arbeidsovereenkomst met een ontbindende voorwaarde. De ontbindende voorwaarde is een uitzondering op het gesloten ontslagstelsel dat we in Nederland kennen. Dit betekent dat per geval moet worden bekeken of de uitzondering op het gesloten ontslagstelsel aan de orde is.

Het uitzendbeding beoogt een regelmatige uitzondering te maken in geval van ziekte. Echter het ontslagstelsel kent juist het ontslagverbod tijdens ziekte. Dit verbod is tijdens de laatste aanpassingen in het arbeidsrecht nadrukkelijk in positie gehouden. De A-G is van mening dat het onaanvaardbaar is dat deze bescherming voor uitzendkrachten via een ontbindende voorwaarde komt te vervallen. Nu is het wachten of de Hoge Raad zijn advies overneemt.

21 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Over het verschuldigd zijn van de aanzegvergoeding bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd heeft de Hoge Raad vanaf het begin aangegeven dat de schriftelijkheidseis bepalend is voor de beantwoord